Home

Prosopografie

Bestanden

Methode

Werkwijze

Over de auteur

Bestellen

Colofon

Details
IDDH14
NaamJhoannis, Judocus fs
Variantenmisschien Joost Jansz, alias Keyser; Joest Jansz van Rodenrijs?
Titels 
Extra aanduiding 
Zinspreuk, alias 
Geboorte- en sterfdatumvoor 1474? - na 1494?
Herkomst 
Ouders 
Echtgenote(s) 
Kinderen 
Opleiding (hoogst genoten) 
Beroepentimmerman of vleeshouwer?
Ambten, wijdingen 
Lidmaatschap kamer (kamer, jaren, categorieŽn)MG; 1494; 1 bronjaar
Functies kamer 
Activiteiten kamerWas betrokken bij de reorganisatie van de Haagse kamer in 1494 en werd genoemd in de akte van 20 juni 1494 waarmee men de reorganisatie van de kamer vastlegde.
Overige lidmaatschappen (organisatie, jaren) 
Overige functies (functie, organisatie, periode) 
Overige verwanten 
Vrienden en contacten 
Sociale groepkleine burgerij?
Mobiliteitonbekend
Religieuze en politieke gezindheden 
Intellectuele en culturele productie 
Lijst van publicatiesnee
BijzonderhedenBrinkman oppert dat hij misschien te identificeren is met mr Joest Jansz, afkomstig uit Delft en van 1491-1493 pensionaris van Leiden. In 1494 zou hij stadsadvocaat van Leiden zijn geweest bij het Hof van Holland. Deze studeerde in 1488 te Orlťans en mogelijk in 1480 te Leuven. In 1497 woonde hij te Leiden, waar hij zevengetijdenmeester van de Sint-Ursulakerk was. Het college van de getijdenmeesters had in Delft in 1493 het bestuur van het gilde van de Zoete Naam Jezus overgenomen van de rederijkers. Joest Jansz was gehuwd met een Delftse burgemeestersdochter. Deze identificatie is niet onmogelijk, maar minder waarschijnlijk.|Een betere kandidaat voor identificatie is Joost Jansz, alias Keyser. Hij was tussen 1515 en 1540 meestertimmerman voor het Hof van Holland. Hij is een serieuze kandidaat gezien zijn connectie met het Hof en zijn alias. Hoewel Keyser in Den Haag ook voorkwam als achternaam werd hij na zijn overlijden in 1540 in de commissieboeken opgevoerd als Joost Janssz, alias Keyser.|Een tweede kandidaat is de vleeshouwer Joest Jansz van Rodenrijs. Hij woonde rond 1460 in de Hoogstraat en was lid van het Jacobsgilde. In 1516 kwam nog een vleeshouwer Joost Jansz voor in de grafelijkheidsrekeningen. Het is gezien zijn leefjaren goed mogelijk dat hij de rederijker was.|In 1501 erkende Joost Jansz voor de schepenen dat hij een rente van zes pond jaarlijks schuldig was aan Pieter van der Kerck, priester, voor zijn huis op het Bleyckvelt.|Een Joost Jansz was ook lid van het Jorisgilde in 1493-1494 en 1501-1502.
Bronnen en literatuurLijst MG; gegevens Brinkman; werkstuk DaniŽlle van den Heuvel; Vandecasteele 1985-1986; GA Den Haag, Archief van de kerkmeesters, bnr.282, inv.nr.28; Pabon 1937, 120; NA, Grafelijkheidsrekenkamer, inv.nr.4440, f.44r; inv.nr.4442, f.7r; NA, Grafelijkheidsrekenkamer, commissieboeken, inv.nr.493, f.305r; GA Den Haag, bnr 543, inv.nr.2, fl.25r; GA Den Haag, Archief van het Sint Jorisbroederschap, rekeningen bnr. 40, inv.nr.15, 22.
Bewerk
Verwijder